De 20ste VN-klimaattop in Lima: gebakken lucht of een sterk engagement?


Door Bart Carlier

Van 1 tot 12 december verzamelen delegaties van 195 landen in de Peruaanse hoofdstad Lima voor de twintigste klimaatconferentie COP20. Op het programma: de uitwerking van een nieuw klimaatverdrag dat in 2015 in Parijs moet worden goedgekeurd. Van 8 tot 11 december is er ook de Cumbre de los Pueblos frente al cambio climático, een alternatieve klimaattop waarbij het volledige internationale middenveld, inclusief CATAPA, samenkomt via nevenactiviteiten, debatten en infostands.

In Lima, en bij uitbreiding in heel Peru, zullen de komende dagen acties worden gehouden om druk uit te oefenen op de beleidsmakers van de COP20. Naast de alternatieve top is er ook de nationale volksmars, die vanuit verschillende delen van het land op 10 december zal samenvloeien met de Globale Volksmars ter verdediging van Moeder Aarde in Lima. De nationale volksmars wordt georganiseerd door de Movimiento de los Pueblos por el Buen Vivir waar CATAPA deel van uitmaakt. Al deze verschillende acties hebben echter één gemeenschappelijk doel: een verregaand én eerlijk klimaatakkoord.

Andes- en Amazonevolkeren en kleinschalige landbouwproducenten in Peru worden reeds zwaar getroffen door de klimaatveranderingen. De ‘Movimiento’ en CATAPA eisen dan ook dat de COP20 en de alternatieve top luisteren naar de verzuchtingen van deze kwetsbare bevolkingsgroepen en dat ze rekening houden met hun ervaringen en voorstellen.

Een heuse krachttoer

Met de keuze voor Peru als gastland heeft de VN wel voor een heel dubieuze kandidaat gekozen. Van een gastheer voor een internationale klimaatconferentie kan je op zijn minst verwachten dat het zelf het goede voorbeeld geeft. Niets is minder waar, de regering in Lima blinkt uit in het nemen van desastreuze maatregelen voor mens en natuur.            

Desondanks moet Lima het toneel worden van verregaande maatregelen in de strijd tegen de opwarming van de aarde en al zijn kwalijke gevolgen. De beslissingen zullen de basis vormen voor een ultiem internationaal klimaatverdrag dat in 2015 in Parijs gesloten moet worden voor de periode na 2020.

Eerder werd al beslist dat elk land zijn eigen klimaatdoelstellingen moet formuleren tegen begin volgend jaar. Over de inhoud van zo’n plan zijn ze het echter nog niet eens. Heel wat landen eisen een fair systeem waarbij de vervuilende landen een grotere inspanning leveren dan de minder ontwikkelde landen. Velen onder hen hebben reeds te kampen met de kwalijke gevolgen van de klimaatveranderingen en zij eisen dat hiermee rekening gehouden wordt. Al deze nationale klimaatdoelstellingen moeten er samen voor zorgen dat de globale 2-gradendoelstelling wordt gehaald. Er is namelijk een ruime wetenschappelijke en politieke consensus dat de opwarming van de aarde beperkt moet blijven tot maximum 2 graden. Tot die grens zouden de gevolgen van de opwarming beheersbaar blijven. 'Zouden', want helemaal zeker is dat niet.

Ook op de volgende vragen moeten de delegaties antwoorden vinden: hoe beoordelen we elkaars nationale klimaatdoelstellingen en de uitvoering(en) ervan? Welke sleutelelementen zullen overblijven die de basis moeten vormen voor het verdrag in Parijs 2015? En tot slot: welke landen zullen bijdragen aan het Groen Klimaatfonds dat projecten en programma’s steunt in ontwikkelingslanden in hun strijd tegen de klimaatverandering?

De schaamte voorbij

Ondanks het (toegewezen) voorzitterschap van de 20ste VN-klimaattop keurde het Peruaanse parlement eerder deze zomer een pakket economische maatregelen goed die de economie van het land moeten reactiveren. Dit ten koste van mens en milieu. Buitenlandse investeerders voor grote projecten, voornamelijk in de mijnbouw, krijgen voortaan vrij spel en kunnen rekenen op een fiscaal gunstregime zonder al te veel administratieve procedures.

Deze maatregelen worden aanschouwd als een frontale aanval op alle verworvenheden van milieu-autoriteiten uit het verleden en het grondbezit van boeren- en inheemse gemeenschappen. Het Peruaanse milieubeleid wordt dan ook volledig uitgehold. Vele gemeenschappen blijven nog maar eens met lege handen achter. Zij zien hun rechten op land en water door de vingers glippen en in de schoot terechtkomen van buitenlandse investeerders voor megaprojecten. Laat dit destructieve beleid alvast geen voorbode zijn voor een klimaatakkoord dat de harmonie tussen mens en aarde moet herstellen.

IJdele hoop?

Voor de eerste maal in de geschiedenis van de ‘Conference of the Parties’ zullen ook vertegenwoordigers van Inheemse volkeren deel uitmaken van de organisatie van de klimaatconferentie. Het is te hopen dat door hun aanwezigheid enkele brandende vraagstukken uitvoerig besproken zullen worden zoals de land- en territoriale rechten, de beschermde gebieden en de sociale vraagstukken met betrekking tot klimaatveranderingen.

Daarnaast hebben in de aanloop naar de klimaattop de twee grootste vervuilers ter wereld, de VS en China, een overeenkomst gesloten waarbij de eerste tegen 2025 de uitstoot van zijn broeikasgassen wilt verminderen met 26 à 28 procent in vergelijking met 2005. China zal vanaf 2030 zijn CO2-uitstoot niet meer laten stijgen. Of deze ‘eerder bescheiden’ doelstellingen er ook voor zorgen dat beide landen zullen instemmen met een bindend klimaatverdrag is nog maar de vraag.

CATAPA voorop in de strijd!

CATAPA gaat de komende weken volop mee druk uitoefenen op de delegaties van de  COP20 voor een eerlijk en verregaand klimaatakkoord. Zo zal CATAPA aanwezig zijn op de alternatieve klimaattop, de nationale volksmars, de Globale Volksmars ter verdediging van Moeder Aarde, etc. De tijd van dromen is voorbij, er moeten grote passen vooruit gezet worden (in de strijd tegen de klimaatveranderingen). De realiteit eist actie! We zijn de Peruaanse boer en de toekomstige generaties ambitieuze en eerlijke klimaatdoelstellingen verschuldigd die vervolgens in de praktijk worden omgezet.