Nieuwe Boliviaanse mijnwet lokt controverse uit


Eind maart werd een nieuwe mijnwet door het Boliviaans parlement goedgekeurd, die degene uit 1997 vervangt. Deze voorgaande wet was reeds sterk neoliberaal gekleurd en de nieuwe wet toont absoluut geen kentering op dat vlak. In tegendeel, op verregaande wijze wordt het privatiseringsbeleid voortgezet. Dit resulteert in een wet die gedirigeerd lijkt door mijncoöperatieven en private bedrijven. De wet lokte verrassend genoeg heel wat protest uit bij de mijncoöperaties zelf, die protesteerden tegen het wijzigen van twee artikels. Het protest ontspoorde en door schermutselingen tussen politie en coöperativisten, vielen er twee doden aan de kant van de mijnwerkers, waarna de regering besliste om de wet te herbekijken. De stemming van het nieuwe wetsvoorstel vond tot op heden niet plaats.

De mijnwet in een notendop

De nieuwe mijnwet kwam uiteraard niet uit de lucht vallen. De wet is de finale versie van diverse ‘projecten’ die de afgelopen jaren  reeds door actores mineros en de overheid overeengekomen werden. Hoewel mijnbouw de belangrijkste bron van conflict is in de Andesregio[1], werden lokale inheemse gemeenschappen, noch andere instellingen, hierbij geconsulteerd. De wet lokte de nodige kritieken uit bij sociale bewegingen en grassroot-organisaties, om diverse redenen.

  • Doorgedreven privatisering van ontginning natuurlijke grondstoffen

De twee voornaamste kritieken, volgens CEDIB (Centro de Documentación e Información de Bolivia), zijn het ongrondwettelijke karakter van de wet en het voortzetten van doorgedreven privatisering. Grondwettelijk gezien behoren natuurlijke grondstoffen de Boliviaanse bevolking toe en is de staat verantwoordelijk voor het beheer ervan. In vele artikels van de mijnwet blijkt echter dat de staat het beheer van grondstoffen de facto overlaat aan de mijncoöperatieven. Coöperatieven worden in de wet omschreven als “sociale en zelfvoorzienende instellingen zonder winstoogmerk” die zo goed als vrijgesteld zijn van het betalen van taksen. Bovendien dragen de coöperatieven haast geen verantwoordelijkheid om vervuiling binnen te perken te houden en worden ze nauwelijks gebonden aan arbeidsvoorwaarden. In werkelijkheid sluiten deze coöperaties vaak contracten met de private sector, meestal buitenlandse bedrijven, om hun ontgonnen materialen aan te verkopen. Een ideale situatie voor deze bedrijven, omdat zij op deze manier hun mineralen kunnen kopen, zonder ook maar iets van taksen te betalen aan de Boliviaanse staat of de verantwoordelijkheid te dragen voor de vervuilingsproblemen. De coöperatieven kunnen dankzij de wet gemakkelijk nieuwe concessies bekomen, zonder dat dit nog door het parlement goedgekeurd moet worden. De rechten van mijncoöperaties reiken bovendien nog veel verder. In de nieuwe wet krijgen coöperaties alle rechten op het gebruik van natuurlijke grondstoffen, zelfs buiten de grenzen van de eigen concessie. Dit wil zeggen dat in het geval van een conflict, bijvoorbeeld over het gebruik van een waterbron, de mijncoöperatie per definitie in het gelijk gesteld zal worden.

  • Zwakke milieubescherming

Verdere kritiek op de wet volgt op het milieuluik dat nagenoeg afwezig is. Mijnondernemingen zijn vrij om afval te lozen in rivieren en om bodems te vervuilen zonder hiervoor een compensatie te moeten betalen. Mijnactiviteiten kunnen probleemloos in beschermde natuurgebieden plaatsvinden, zonder dat de lokale bevolking geconsulteerd hoeft te worden. Bovendien werd beslist dat niet langer het Ministerie van Milieuaangelegenheden verantwoordelijk is voor het uitvoeren van milieu-inspecties. Vanaf nu neemt het Ministerie van Mijnbouw deze taak op zich, een ministerie dat overduidelijk meer interesse heeft in het stimuleren van mijnactiviteit.

Verzet van mijnwerkers tegen de wet paralyseert het land

Ondanks het feit de mijnwerkers zwaar hun stempel op de hele wet drukten, lokte de publicatie ervan toch woedende reacties uit bij de coöperatieven. Het protest kwam als gevolg op het feit dat artikel 151 op de valreep gewijzigd werd in het parlement. Dit is één van de artikels die het mijncoöperaties mogelijk maakt om contracten af te sluiten met (buitenlandse) private instellingen. Op die manier kunnen privé-bedrijven mineralen opkopen van mijncoöperaties, zonder hierbij iets van de sociale verantwoordelijkheid te dragen ten opzichte van arbeiders en omwonenden, noch kunnen ze verantwoordelijk gesteld worden voor milieuschade. Het gevolg daarvan is dat de mijnbouw haast geen inkomsten voor de staat genereert. In het parlement werd daarom beslist dit artikel te veranderen.

Als protest op deze wijziging, kwamen meer dan 15000 cooperativistas, gewapend met dynamiet, de straat op en blokkeerden ze de belangrijkste wegen in het hele land. Geweld bij deze bloqueos leidde tot twee doden (langs mijnwerkerskant) en honderden gewonden. Als reactie op de zware protesten van coöperativisten werd de wet – die nog moest goedgekeurd worden door de senaat – teruggetrokken. Momenteel voeren de coöperativisten gesprekken met de overheid om tot een compromis te komen. Wat het compromis zal zijn betreffende dit artikel, valt nog af te wachten.

Intussen heerst bij sociale organisaties een gevoel van pessimisme. Of het befaamde artikel 151 al dan niet gewijzigd wordt, zal volgens CEDIB niet veel veranderen. Behalve dit artikel blijven er voldoende andere artikels overeind die de mogelijkheid tot het sluiten van contracten met privé-bedrijven garanderen. Het feit dat mijncoöperaties (en private bedrijven) een wet zo naar hun hand kunnen zetten, doet vraagtekens rijzen bij het democratische gehalte ervan. Er heerst het gevoel dat enkel een massale mobilisatie het tij misschien kan doen keren, maar de kans is klein dat zo’n mobilisatie nog kan plaatsvinden, voor de tweede stemming doorgaat. Het recht van de economisch sterkste, lijkt het te halen.



[1]Deze conflicten gaan in het algemeen over het innemen van gronden door mijnbouw, het verbruik van water en het vervuilen van bodem, ondergronds- en bovengronds water, wat het uitvoeren van traditionele economische activiteiten zoals veeteelt, visserij en landbouw, bemoeilijkt.