Hoe zou het nog zijn met... de schorsing van de Marlin mijn?


Er werd gejuicht toen in juni vorig jaar de Guatemalteekse regering toestemde de Marlin mijn in de westelijke hooglanden te schorsen. Bijna een jaar verder is er vooral verwarring, teleurstelling en... nog meer verdeeldheid. Dit is een artikel voor de geïnteresseerden die de zaak een tijdje uit het oog verloren en helemaal terug op de hoogte willen gebracht worden.

Vorig jaar verklaarde president Colom formeel de administratieve maatregelen te treffen om tot een schorsing van de mijn te komen. De beslissing kwam er nadat de Interamerikaanse Commissie voor Mensenrechten de regering had aanbevolen “voorzorgsmaatregelen”  te nemen ter bescherming van de omwonenden van de Marlin mijn, waar de feitelijke schorsing er één van was. De regering werd tot deze maatregelen aangemaand  tot de Interamerikaanse Commissie een grondig onderzoek rond mensenrechtenschendingen kon uitvoeren.

De mijn, die 100% eigendom is van het Canadese Goldcorp, is voor 85% in San Miguel Ixtahuacán en 15% in Sipacapa gelegen en begon goud en zilver te exploiteren in het jaar 2005. In datzelfde jaar organiseerde de bevolking van Sipacapa haar eigen volksraadpleging, waarbij het project unaniem werd afgewezen. De Guatemalteekse staat erkende de volksraadpleging als legaal maar niet bindend en gaf het mijnbouwproject de toestemming voor exploitatie.

De bevolking van Sipacapa hield het daar niet bij en klaagde de staat aan maar kreeg daarbij geen bijval van het Guatemalteekse rechtsapparaat. In 2007 werd de zaak dan op internationaal niveau gevoerd. Ondertussen hadden gemeenschappen van San Miguel zich aan de zaak gehecht en klopten ze aan bij de Interamerikaanse Commissie. Carlos Loarca (die vorig jaar ook deelnam aan het interntaionaal seminarie van CATAPA in Guatemala) werd aangesteld als advocaat van de getroffen gemeenschappen van San Miguel en Sipacapa. De rechtszaak wierp haar eerste vruchten af in het jaar 2010 toen de Interamerikaanse Commissie de Guatemalteekse regering aanbeval de voorzorgsmaatregelen te nemen.

In Guatemala bestaat een kloof tussen politieke beloftes en de uitvoering ervan. Dat werd alweer bewezen in deze zaak. Enkele maanden na de regeringsbeslissing werd duidelijk dat de regering als verdediger van de belangen van het buitenlandse mijnbouwbedrijf zou optreden door twijfelachtig bewijsmateriaal bijeen te scharrelen dat “de bevolking was geraadpleegd”, “er geen milieuschade is”, dat de scheuren in de huizen rondom de mijn te wijten zijn aan “constructiefouten”, enz...

Ondertussen was Goldcorp niet bij de pakken blijven zitten. De beproefde strategie van verdeel en heers zou opnieuw gebruikt worden om verdeeldheid te zaaien in de gemeenschappen. De hoop op één sterk eensgezind lokaal verzetsfront werd verlaten. Het is een ongelijke strijd. De enorme financiële reserves waarover het bedrijf beschikt (Goldcorp is meer waard dan de helft van het Guatemalteekse BNP) versus de hoge armoedegraad, maken het makkelijk om de de lokale machten met wat wisselgeld te overtuigen.

Nadat de verdeeldheid in San Miguel voor heel wat sociale en menselijke drama’s had gezorgd, zou nu ook Sipacapa zwichten. De burgemeester die aan de macht was gekomen als verdediger van de volksraadpleging verraadde de beslissing van het volk door eerst geld van de mijn voor ontwikkelingsprojecten te aanvaarden en daarna het gemeenschappelijke front van gemeenschappen van Sipacapa en San Miguel ten aanzien van de Interamerikaanse Commissie te verlaten.

2011 is een verkiezingsjaar. Niet alleen de president, maar ook alle lokale besturen worden dit jaar verkozen, en dat merk je aan alles. De partij van president Colom, UNE (Nationale Eenheid voor Hoop) wil uiteraard aan de macht blijven, en dat willen ook de burgemeesters van San Miguel en Sipacapa. Terwijl de burgemeester van San Miguel ook deel uitmaakt van UNE en al jaren onder één hoedje speelt met de mijn, werd de burgemeester van Sipacapa verkozen op een lokaal platform dat voortvloeide uit de volksraadpleging, Civiel Comité genoemd. Dit jaar zal hij echter ook deel uitmaken van UNE. De politiek rond de Marlin mijn wordt plots interne partijpolitiek.

Eind 2010 lieten beide burgemeesters weten Carlos Loarca niet langer te erkennen als legaal vertegenwoordiger tegenover de Interamerikaanse Commissie, aangezien enkel zijzelf de gemeenten kunnen vertegenwoordigen. Sindsdien laat zowel Goldcorp als de regering weten dat er aan een vriendschappelijke oplossing van de zaak wordt gewerkt.

De Interamerikaanse Commissie aanvaardde de vertegenwoordiging van beide burgemeesters, maar erkent ook nog steeds Carlos Loarca als vertegenwoordiger van de gemeenschappen van San Miguel, niet langer van die van Sipacapa. De zaak leeft dus nog, maar heeft dus al heel wat tegenslagen gekend.

De bevolking rond de Marlin mijn is nog dagelijks bezorgd om de effecten op het vlak van milieuvervuiling, gezondheid en sociaal conflict. Hoewel de leiders vaak vervallen in politisering en corruptie, staat het verzet er nog en wordt het gedragen door campesinos die hun leven riskeren voor hun waarden, cultuur en voor hun nabestaanden, al weten ze vaak niet wat “voorzorgsmaatregelen” wel zijn en begrijpen ze niet waarom het zo lang wachten is op de schorsing van de mijn.

Met de eis de voorzorgsmaatregelen toe te passen werd op 28 februari in San Miguel een vreedzame blokkade georganiseerd. Deze werd gewelddadig de kop ingeslagen door de lokale dorpsoverheid en vigilantiepatrouilles van vooral mijnwerkers. Het wordt steeds moeilijker publiekelijk de mijnbouwproblematiek ter plaatse aan te kaarten. De mijn slaagde erin plaatselijk een dynamiek op gang te brengen die ervoor zorgt dat de klachten en bezorgdheden afgehandeld worden met doodsbedreigingen en erger. De toenemende geweldsgolf was ook de Interamerikaanse Commissie niet ontgaan. Bij de voorzorgsmaatregelen hoort ook de bescherming van de fysieke integriteit van de verzetsleden. Ook op deze dringende maatregelen laat de Guatemalteekse overheid wachten.

De internationale juridische strijd is een belangrijk front, maar is niet het enige front. San Miguel en Sipacapa zijn ook niet de enige gemeenten die bedreigd worden. De voornaamste strijd vindt plaats in alle gemeenschappen die door mijnbouwlicenties bedreigd worden door de 117 mijnbouwlicenties in Guatemala. Sinds Sipacapa in 2005 haar volksraadpleging deed, werden er meer dan 50 volksraadplegingen gehouden in het hele land met bijna een miljoen deelnemers, waarbij al die gemeenten hun territorium vrij van mijnbouw verklaarden. Wat de Guatemalteekse staat er ook van vindt, het volk heeft haar beslissing genomen.