Algemeen


Mijnbouw en globalisering

De laatste honderd jaar is de wereldbevolking verviervoudigd. Met z’n allen zetten we het ecosysteem Aarde enorm onder druk. En dat merken we niet alleen aan de temperatuursstijgingen, maar ook aan de grondstoffen- en energieschaarste. De geopolitieke grootmachten rekenen mee. Ze willen zich zo snel mogelijk verzekeren van toegang tot de resterende natuurlijke grondstoffen, om te kunnen blijven voorzien in hun energie- en materialenbehoefte.

De toenemende schaarste en prijsstijgingen voor grondstoffen en energie, zoals mineralen, metalen, petroleum en gas, zorgen voor geopolitieke onrust en een nieuwe boom in de sector van de extractieve industrieën. Tussen 1999 en 2006 verdrievoudigde de gemiddelde grondstoffenprijs van metalen. Sinds 2005 is de uraniumprijs verzesvoudigd en de koperprijs verdubbeld. Nooit tevoren zag de toekomst voor grote mijnbouwconsortia er zo veelbelovend uit. De nettowinsten van de mijnbouwindustrie groeiden exponentieel van 5 miljard dollar in 2002 tot 45 miljard dollar in 2006. In de loop van de laatste vijf à tien jaar zijn zowat alle voorwaarden voor een razendsnelle territoriale, economische (her)kolonisatie van het Zuiden gerealiseerd. Men spreekt dan ook vaak van een ’second colonization’ of ’second gold rush’. In hun rol van kolonisator zijn de westerse natiestaten vandaag vervangen door economische entiteiten - vooral multinationale ondernemingen.

Globalisering is het fenomeen van een steeds snellere integratie van economische interacties, technologische innovaties, culturele beïnvloeding en politieke structuren. Het neoliberale economische model verleidt ook nationale staten in het Zuiden ertoe hun grenzen open te gooien voor directe investeringen van westerse bedrijven. Vaak gebeurt dit onder het mom van ‘eerlijke concurrentie dankzij vrijhandel’, of door het discours dat enkel buitenlands kapitaal, technologie en een exportgerichte economie ervoor kunnen zorgen dat deze landen economisch uit het slop geraken. Politiek is de weg voor vrijhandel gebaand door vrijhandelsakkoorden, mede dankzij instellingen als de Wereldhandelsorganisatie, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.

Ook op economisch vlak zijn er de laatste jaren belangrijke wijzigingen geweest: zo is de grensoverschrijdende handel in goederen veel gemakkelijker geworden en kapitaal voor grootse investeringen sneller gevonden. Op het vlak van infrastructuur en betrouwbaarheid zijn de zuiderse staten erop vooruitgegaan, terwijl de lonen er uiterst laag blijven. De stijgende grondstofprijzen en de daarmee samenhangende concessiestrijd zorgen voor een concurrentieklimaat waarin -helaas letterlijk- over lijken wordt gegaan. Toegang tot land voor landbouw is voor miljoenen boeren vandaag de enige duurzame bron van inkomsten en voedsel. Vandaar dat we met CATAPA een aanklacht tegen deze zorgwekkende evolutie mee op de internationale agenda willen plaatsen.

De problematiek van mijnbouw

CATAPA wil iets concreets doen aan de milieu- en klimaatcrisis. Niet hernieuwbare grondstoffen en energie worden schaarser terwijl de wereldbevolking blijft groeien. De grondstoffenproblematiek zal de volgende decennia hoog op de internationale agenda staan en speelt net als de energieschaarste een sleutelrol in het klimaatverhaal.

Goud, zilver, coltan, koper,.. : metalen en mineralen worden op allerlei manieren in dagdagelijkse producten verwerkt en worden daarom ook massaal ontgonnen door de mijnbouwindustrie. Die natuurlijke rijkdommen zijn echter voornamelijk te vinden in het Zuiden, waar overheden niet sterk reguleren en het financieel klimaat gunstiger is. Investeren in mijnbouw is daarom enorm winstgevend, temeer vermits de mondiale vraag naar grondstoffen blijft stijgen, en dus ook de grondstofprijzen zelf.

De impact van mijnbouw op lokale gemeenschappen zijn immens: Boeren verliezen hun gronden, terwijl de mijnbedrijven de rechten op diezelfde gronden dikwijls voor een spotprijs kopen.

De aangewende technologie voor het ontginnen van mineralen gebruikt bijzonder giftige, chemische producten zoals cyanide, die vaak in het grondwater terecht komen met grote ecologisch impact op de lokale landbouw.

De plaatselijke bevolking gaat niet akkoord met dergelijke praktijken en komt ertegen in opstand: overal te wereld zijn dan ook voorbeelden van mijnbouwconflicten te vinden. Dergelijke conflicten escaleren dikwijls en leiden vaak tot mensenrechtenschendingen. De argumenten van de lokale gemeenschappen tegen de grootschalige mijnbouwindustrie zijn als volgt samen te vatten:

  • Mijnbouwconcessies worden verleend zonder inspraak van de lokale gemeenschappen en hun traditionele leiders.
  • De mijnen dragen weinig of niet bij aan de lokale economische ontwikkeling van de gemeenschappen
  • Mijnbedrijven vormen een ernstige bedreiging voor het milieu en het voortbestaan van de landbouw, door vervuiling van waterbronnen en verwoesting van de bestaande ecosystemen.
  • Mijnactiviteit zorgt voor verlies van cultuur, verdeling van gemeenschappen en een vergroting van de kloof tussen rijk en arm.